Groene Dag.org

made to trust nature

Hoe farmabedrijven ziektes bedenken... om “genees”middelen te kunnen verkopen
Op woensdag 20 oktober publiceerde De Morning Express onder bovenstaande titel een artikel dat wij hierna afdrukken en van commentaar voorzien. Het artikel duikt hiermee achter de schermen van de farmaceutische industrie en de “geneeskunde.
‘Wie wil begrijpen hoe men vandaag geneesmiddelen aan de man brengt, moet het boek ‘Propaganda’ lezen, geschreven in 1928. Daarin legt auteur Edward Bernays  - de grondlegger van de public relations - uit dat public relations niet over het verkopen van producten gaat maar over het creëren van de juiste omstandigheden waarin producten zichzelf verkopen. Bernays werkte als verkoper van Mozart-piano’s, maar hij plaatste daarvoor nooit advertenties in kranten. Dat zou veel te vanzelfsprekend zijn geweest. Bernays had een beter plan: hij nodigde journalisten uit om een stuk te schrijven over een nieuwe trend die hij had waargenomen: steeds meer fijne mensen beschikten thuis over een voorbehouden ruimte waarin muziek kon worden gespeeld. Eens iemand over zo’n muziekkamer beschikte zou de vraag naar een piano vanzelf komen. Of zoals Bernays schreef: ‘Het zal hen overkomen alsof het idee om een piano te kopen aan hun eigen brein is onstproten’.
En net zoals Bernays piano’s verkocht door te wijzen op de nood aan een muziekkamer, verkopen farmabedrijven geneesmiddelen door de ziektes te promoten voor dewelke ze producten hebben. Het buzzwoord daarbij is disease branding. Wie zo’n ziekte in de markt wil zetten moet de publieke opinie gunstig beïnvloeden opdat het product makkelijker zal worden geaccepteerd door potentiële patiënten. Eens zo’n ziekte een bepaalde graad van acceptatie bereikt, is er geen nood meer om mensen te overtuigen dat een geneesmiddel om de ziekte te behandelen nodig is. ‘Het zal hen overkomen alsof het idee om zo’n geneesmiddel te kopen aan hun eigen brein is ontsproten’. Maar een ziekte in de markt zetten is onmogelijk zonder de hulp van dokters en specialisten. Farmabedrijven rekruteren daarom voortdurend ‘innovatieve academische denkers’ om te schrijven en te spreken over de nieuwe kwalen die ze proberen te introduceren.’
In zijn boek  "White Coat, Black Hat: Adventures on the Dark Side of Medicine" beschrijft Dr. Carl Elliott een ganse reeks zogenaamde aandoeningen die aan het brein van marketeers zijn ontsproten: paniekstoornis, ADHD, overactieve blaas, socialeangststoornis, erectiestoornissen, bipolaire stoornissen, het rustelozebenensyndroom, ... Deze aandoeningen waren zeldzaam, tot ze via grote marketingcampagnes acceptabel werden gemaakt. Dat cholesterol hartaandoeningen veroorzaakt, is wellicht één van de meest geslaagde mediastunts van de voorbije decennia. Elliott vertelt hoe de socialeangststoornis, een aandoening waarbij mensen bang zijn om zich in het openbaar te begeven omdat ze anderen vrezen, tot 1999 zo goed als onbekend was. Vooraleer GlaxoSmithKline in 1999 het medicament Paxil in de markt zette, waren er in de VS een vijftigtal referenties naar een soortgelijke aandoening in de vakpers terug te vinden.  In 1999, het jaar waarin Paxil werd gelanceerd, waren er meer dan een miljard.  Twee jaar later was Paxil het op zes na meest winstgevende geneesmiddel in de VS.
“De kunst om iets verkocht te krijgen berust op de juiste marke-ting, het geeft niet waarover het gaat.”
“Natuurlijk spreken we dan over marketing en iedereen weet hoe dat gaat... marketing berust voor 80 % op leugens.”
Algemeen applaus.
uit “2000 - De marketing van de natuur”
Pasted Graphic 1
Artikel uit NatuurStemmingen, 161 / december 2010

Marketing
Het gebeurde rond 1930 toen Morris A. Bealle, uitgever van de stadskrant The Washington Times and Herald was, en waarin een machtig plaatselijk energiebedrijf elke week een grote advertentie plaatste. Door deze trouwe publicatie die een stevige basis gaf voor het uitgeven van de krant, was het voortbestaan verzekerd en had Morris A Bealle toch op zijn minst één zorg minder.
Maar zoals het verhaal van Bealle zelf vertelt, nam de krant op een zekere dag positie omdat sommige lezers benadeeld werden door de slechte diensten van de energieproducent en de eerste die de gevolgen daarvan droeg was Bealle, die vaststelde dat de advertenties werden ingetrokken, en dat niet enkel van de energieproducent, maar tevens van de gasmaatschappij, de telefoonmaatschappij en andere grote firma’s die zich verenigden om de uitgever op de knieën te krijgen. Die dag gingen Bealle’ s ogen open over wat men noemt “de persvrijheid”, en hij besloot om een eind te maken aan zijn uitgeversbedrijf. Hij kon het zich financieel veroorloven om de boeken te sluiten, maar niet alle krantenuitgevers kunnen dat.
Bealle gebruikte zijn professionele ervaring om een beetje dieper te graven naar de zogenaamde persvrijheid, en kwam tevoorschijn met vernietigende bewijzen, die hij uitgaf onder de namen :
The Drug Story, en The House of Rockefeller. Het feit dat hij, ondanks zijn veelvuldige relaties en vertrouwd zijnd met de wereld van de uitgevers, zijn boek niet eens in druk kreeg, totdat hij zijn eigen uitgeverij begon (The Columbia Publishing House, Washington 1949), is een teken aan de wand. Het bewijst de stille, maar harde censuur in het Land waar Vrijheid hoog in het vaandel staat. Ondanks het feit dat The Drug Story een van de belangrijkste werken kan genoemd worden over de relatie tussen gezondheid en de politiek, werd het nooit toegelaten in de erkende boekhandels, en werd er ook nooit een recensie over geschreven door een krant met naam. Het werd praktisch exclusief per post verkocht. Ondanks dat kende het boek in 1970, al zijn 33e druk, zij het onder een ander label (Biworld Publishers, Orem, Utah)

Zoals Bealle aanhaalde, wordt een zaak gezien als winstgevend, zodra het geïnvesteerd kapitaal minstens 6% per jaar opbrengt. Sterling Drug, Inc., de spil en de belangrijkste maatschappij binnen het Rockefeller Drugimperium, met zijn 68 dochterondernemingen, behaalden winstmarges van $23.463.719, na aftrek van de belastingen, in 1961 op investeringen van $43.108.106 – of m.a.w. 54% winst. Squibb, een ander door Rockefeller gecontroleerd bedrijf, maakte in 1945 geen 6% maar 576% winst op de waarde van zijn eigendommen en investering.

Dat was natuurlijk tijdens de “vette jaren van de Tweede WereldOorlog, toen de Medische Legerautoriteiten nauw samenwerkten met het Medisch Bureau van de Navy, die niet alleen optraden als verspreiders van het geloof in de medicamenten, maar die ze werkelijk in het lichaam van de Amerikaanse soldaten en mariniers dwongen, met een gigantisch resultaat van 200 miljoen inspuitingen. Is het dan verwonderlijk, vroeg Bealle, dat de Rockefellers en hun pleitbezorgers in het Voedselagentschap, de Openbare Gezondheidsdiensten, de Federale Industriële Commissie, de Zakencommissie, het Medisch Corps van het Leger, hebben samengespannen om elke andere vorm van geneeskunde die het gebruik van medicijnen ontmoedigt, uit te schakelen ?”
‘Het laatste jaarrapport van de Rockefeller Foundation', rapporteerde Bealle, ‘specifieert de geschenken die het heeft gegeven aan collega’s, instituten en openbare agentschappen, tijdens de voorbije 44 jaar. In totaal gaat het om meer dan een half miljard dollar. De colleges leren natuurlijk aan de studenten al de medicijnenlarie die het Rockefeller pharmaceutisch instituut heeft opgesteld. Zoniet zouden de donaties stopgezet worden, zoals het geval is met de dertig colleges in de V.S. die geen therapieën op basis van medicijnen ondersteunen.
'Harvard, met zijn sterk in de kijker gezette medische school, ontving $8.764.433 van Rockefeller's Drug Trust, Yale ontving $7.927.800, Johns Hopkins $10.418.531, Washington University in St. Louis $2.842.132, New York's Columbia University $5.424.371, Cornell University $1.709.072, enz. enz.’

Terwijl er op lokaal vlak niet te onderschatten cadeau’s werden uitgedeeld aan de medicijnen promotende colleges, groeiden de belangen van Rockefeller-groep uit tot een wereldwijd web dat door niemand nog ten gronde kan worden onderzocht. Toen, meer dan dertig jaar geleden, was er voor Bealle voldoende omvang om aan te tonen dat door de belangen die Rockefeller had opgebouwd, het geworden was tot het reusachtigste industrieel imperium dat ooit aan het mensenbrein was ontsproten.
De Standard Oliemaatschappij was de basis waarop alle andere Rockefeller industrieën werden gebouwd.
Het zijn niet de minste van zijn holdings die in de medicinenhandel doen. De Rockefellers bezitten de grootste cluster van medicijnenbedrijven ter wereld en zij gebruiken alle middelen die ze nodig vinden om druk te zetten op de verbetering van de verkoop van hun medicijnen. Het feit dat het merendeel van de 12.000 medicijnen die in de handel zijn, ronduit schadelijk zijn, is het minste van hun bekommernissen.
uit “200 - De marketing van de natuur”