Groene Dag.org

made to trust nature

vasten

Vasten bij ziekte
Tijdens een langere vastenperiode (na de eerste drie dagen) gaat het lichaam van zijn eigen stoffen leven. Het gaat zijn eigen weefsel verbranden. Dat gebeurt niet zomaar, het wordt gereguleerd. Eerst worden de oude, zieke of dode cellen verbrand. Dit is te vergelijken met afvalverbranding. Tijdens het vasten, terwijl de oude cellen worden verbrand, wordt de opbouw van nieuwe, gezonde lichaamscellen opgevoerd. Dat kan vreemd klinken omdat men geen voedsel tot zich neemt. Maar het is fysiologisch aangetoond. De reden is dat proteïnen (eiwitten) in het lichaam constant worden afgebroken, opgebouwd en hergebruikt worden voor verschillende functies in het lichaam. Als dode cellen worden afgebroken gaan de aminozuren niet verloren, maar ze komen vrij en worden weer gebruikt bij het opbouwen van nieuwe cellen.
Tijdens vasten worden de opruimende en schoonmakende capaciteiten (regulatiecapaciteit) van longen, lever, nieren en van de huid fors vergroot, zodat grote hoeveelheden afval en giften snel worden afgevoerd. Ze hebben niet de normale last van dagelijks voedsel verbranden en kunnen zich helemaal concentreren op het onttrekken van afval en giften aan de weefsels. Dit kan de typische verschijnselen van het vasten veroorzaken : slechte adem, donkere urine, diarree, huidreacties, zweten en slijmvorming. Vasten geeft de spijsverteringsorganen rust, zodat ze daarna weer beter kunnen functioneren. Vasten is een van de oudste therapieën die de mens kent. De mens stopte instinctief met eten als hij zich ziek voelde, tot de gezondheid hersteld was. Ook dieren volgen dit patroon.