Groene Dag.org

made to trust nature

spuiten
Omtrent Vaccinaties

De veranderde zienswijze op gezondheid en ziekte
De mogelijke keuzes door Dr. Trevor Gunn

Bron: 't Prikje,Tijdschrift van de zelfhulpgroep vaccinatieziekten vzw
Dit artikel verscheen in NatuurStemmingen 104

Met een goed begrip van gezondheid en ziekte zijn we beter in staat de juiste vragen te stellen en keuzes te maken die onze gezondheid ten goede komen.

Pas onlangs is uit klassiek medisch onderzoek gebleken dat koorts een gunstige reactie is op een infectie.

Dit artikel, het laatste in mijn serie over vaccinaties, tracht ik enkele thema's aan te snijden betreffende onze opvattingen over gezondheid en ziekte. Daarom is het volgens mij ook één der voornaamste bijdragen. Met een goed begrip van gezondheid en ziekte zijn we beter in staat de juiste vragen te stellen en keuzes te maken die onze gezondheid ten goede komen. Zo zijn we ook beter uitgerust om de resultaten van een medische behandeling te beoordelen, zowel van alternatieve als van klassieke behandelaars.
Een genezende behandeling eindigt uiteraard met het verdwijnen van de ziektesymptomen. Het is echter ook mogelijk symptomen weg te nemen van een deel van het lichaam terwijl men elders andere symptomen teweegbrengt. Het is duidelijk dat dit eerder op een ontaarding van de gezondheid kan uitdraaien dan op een genezing.
'Genezing' is dus niet gewoonweg een kwestie van het wegnemen van symptomen. Het heeft evenzeer te maken met de globale gezondheid van de patiënt, evenals met de neiging van eender welke ziekte om zich na een behandeling te manifesteren, en met de ernst hiervan. Daarom is het belangrijk het verloop van symptomen te begrijpen in hun verband met het hele lichaam om te kunnen besluiten of een behandeling genezend geweest is of ziekmakend.
Er zijn vele vorderingen gemaakt in onze inzichten op dit gebied, zodat we nu in staat zijn het nut en de begrenzingen in te schatten van bepaalde ideeën en praktijken waarmee we sinds jaren vertrouwd zijn. Elke discussie over gezondheid en ziekte vereist een inzicht in alternatieve en traditionele geneeskunde en hoe die beiden tegenover mekaar staan.
Hoewel alternatieve behandelingswijzen vele verschillende vormen aannemen, zijn er toch enkele zeer belangrijke principes die de meeste gemeen hebben. Een zeer belangrijk verschil tussen alternatieve en klassieke geneeskunde ligt in de kijk op ziektesymptomen.
Klassieke genezers zien symptomen gewoonlijk als een teken dat het lichaam slecht functioneert, en proberen deze reactie tegen te houden. Ze gebruiken bijvoorbeeld anti-ontstekingsmiddelen, anti-koortsmiddelen, luchtwegverwijders enz. Vandaar de naam allopatisch: werkend tegen het lichaam in.
Alternatieve genezers zien symptomen eerder als een poging van het lichaam om om te gaan met de verschillende vormen van stress waaraan het onderhevig is (stress in de brede betekenis van het woord, inclusief elke fysische, toxische, dieetgebonden, geestelijke of emotionele belasting). Dit antwoord op stress (de symptomen van de ziekte) zal verschillen volgens de specifieke gevoeligheid van het individu, en kan vaak het best behandeld worden door deze reactie te ondersteunen (evenals natuurlijk door de vermoedelijke oorzaak weg te nemen). Deze zienswijze wint geleidelijk veld bij hedendaagse wetenschappers.
Pas onlangs is uit klassiek medisch onderzoek gebleken dat koorts een gunstige reactie is op een infectie. Deze reactie wordt uitgelokt door gifstoffen van de bacteriën, en de verhoging van de lichaamstemperatuur die hieruit voortvloeit is nadelig voor de binnendringende ziektekiemen. Verlaagt men de koorts - door bijvoorbeeld aspirine te geven - dan kan het gebeuren dat daardoor de ziekte langer duurt, zoals Timothy Doran van de John Hopkins Universiteit van Baltimore onlangs aantoonde in verband met windpokken (New Scientist van oktober '93, nr. 1896).

Daarom kunnen wij ons een aantal benaderingen voorstellen voor het behandelen van ziekten.
1. Vooreerst kan men die situaties vermijden, die leiden tot het ontstaan van ziektesymptomen, en positieve stappen ondernemen om onze gezondheidstoestand te verbeteren. Bijvoorbeeld door de voedingswaarde van ons dieet te verbeteren, door minder gifstoffen uit onze omgeving op te nemen, door ons fysiek functioneren en ons psychologisch evenwicht te verbeteren met aangepaste oefeningen, enz.
2. Preventieve behandeling die erop gericht moet zijn het individu te versterken, zodat het minder gevoelig is voor ziekte. Vele behandelingen in de alternatieve geneeskunde werken in deze zin, en helpen de levenskracht van een individu op te laden. Zij verhogen het gezondheidsniveau van de mens zodat de neiging om ziek te worden, beperkt wordt.
3. Bij ziekte de natuurlijke geneeskracht van het lichaam stimuleren zodat genezing kan plaatsgrijpen. Bepaalde geneesmiddelen en handelingen kunnen een genezingsproces stimuleren dat anders wel eens lang had kunnen aanslepen.
4. Lichaamsfuncties zoals pijnbestrijding ondersteunen, wat niet geneest maar toch de zelf genezende mechanismen toelaat te werken en tezelfdertijd het ongemak beperkt. Een ander voorbeeld hiervoor is het gebruik van bronchus verwijders, die, zoals gezegd, niet genezen maar het ongemak van de samengetrokken longen beperkt. Dit werd door de patiënt ervaren als beklemming op de borst en moeilijk ademen. Dit laatste punt zal ons helpen het verschil tussen klassieke geneeskunde en alternatieve werkwijzen te illustreren.
Ziekte heeft een doel
Astma, bvb. kan gekenmerkt worden door een extreme beklemming op de borst, piepende en dus moeilijke ademhaling. Dit moet dan volgens de klassieke geneeskunde behandeld worden door gebruik te maken van bronchus verwijders. De ademhaling wordt dan vergemakkelijkt door medicamenten die de spierwand van de luchtwegen ontspant.
Nochtans heeft de benauwdheid op de borst een welbepaald doel. Door de diameter van de luchtwegen te verkleinen (wat dan ervaren wordt als beklemming en moeilijk ademen) wordt het veel makkelijker slijm en gifstoffen die zich zouden kunnen ophopen in de longen op te hoesten.
De klassieke behandeling beantwoordt niet aan het probleem van het opwerpen van slijmen of de redenen waarom er sowieso slijm gevormd werd of waarom er een toegenomen gevoeligheid was voor gifstoffen. Dit soort behandeling kan daarom leiden tot blijvende ademhalingsmoeilijkheden en afhankelijkheid van bronchusverwijders, eerder dan dat het de oorspronkelijke ziektetoestand geneest.
Alternatieve behandelingen zijn gericht op het stimuleren van de lichaamsreacties, om het effectief opwerpen van de slijmen te vergemakkelijken en het individu te versterken zodat deze op de eerste plaats minder gevoelig wordt voor het produceren van slijmen.
Men kan natuurlijk aanvoeren dat in bepaalde gevallen de ademhalingsproblemen levensbedreigend kunnen zijn en luchtweg verwijders dus kunnen nuttig zijn bij de behandeling van astma. In bepaalde gevallen zal dit wel kloppen. Nochtans zijn er reële gevaren verbonden aan dit soort aanpak. Vroegtijdig inschakelen ervan leidt vaak tot afhankelijkheid van de medicatie, en de onderdrukking van de eigen lichaamsreactie laat geen genezende reactie toe. Dit zou bijgevolg kunnen leiden tot een slechtere gezondheidstoestand en de behoefte aan nog meer medicatie.
Voor de jaren 1950 bvb. was astma geen levensbedreigende aandoening. Astma-doden zijn toegenomen evenredig met de toename in gebruik van medicatie. De meesten sterven in ziekenhuizen na verscheidene dagen of weken van in toenemende mate ingrijpende medicamenteuze behandelingen. De frequentste bevinding bij lijkschouwing zijn slijmproppen die zo taai zijn dat ze slechts met een mes konden verwijderd worden (WDDTY vol 4 nr 6).
Dit illustreert de problemen verbonden met een allopatische behandeling en met een zeer beperkte visie op genezing. Van bronchus verwijders zal men zonder twijfel hebben kunnen aantonen dat ze 'werkten' bij het verminderen van het beklemmingsgevoel op de borst. Daarom hebben deze medicamenten de efficiëntieproeven doorstaan. Het zal echter pas zijn nadat men voldoende personen gedurende een voldoende lange tijd behandeld heeft en indien men bereid is de gevolgen van deze medicamenten te onderzoeken wat betreft hun effect op het geheel van het individu (meer holistisch dus) dat men in staat zal zijn om aan te tonen welke de schadelijke gevolgen zijn op de globale gezondheidstoestand van de patiënt.
Pas na het vaststellen van talrijke doden en gevallen van medicatie-afhankelijkheid worden we dan gedwongen deze behandeling opnieuw te evalueren. Een goed begrip van het doel van bepaalde symptomen en een meer holistische analyse van de effecten van een medische procedure hadden in eerste instantie vele doden en veel lijden kunnen voorkomen.
Wat heeft dit alles te maken met vaccinaties ? Zoals met de voorgaande voorbeelden van medische behandeling is het mogelijk aan te tonen hoe de theorieën die tot de ontwikkeling van vaccinaties geleid hebben, gebaseerd zijn op een zeer simplistische en enge visie op gezondheid en ziekte. De gevaren die eigen zijn aan zulke benadering kennen we dus. We kunnen ook vaststellen hoe de analyse van de voordelen van vaccinatie de bredere context van de globale gezondheidstoestand van een individu naast zich heeft neergelegd. Tenslotte kunnen we aantonen hoe de resultaten die de efficiëntie ervan lijken te bewijzen andere factoren hebben verwaarloosd die een veel grotere rol gespeeld hebben in het verminderen van de ziektecijfers.
Bij het vaccineren doet men geen enkele inspanning om te kijken naar de bredere achtergronden van waarom iemand een infectieziekte oploopt. Vele infectieziekten zijn het directe gevolg van slechte levensomstandigheden, dieet, sanitaire voorzieningen, gifstoffen enz. Dit wordt duidelijk aangetoond door het feit dat de meeste infectieziekten aanzienlijk gedaald zijn door het verbeteren van voeding, hygiëne enz. Kindersterfte onder de 15 jaar toegeschreven aan roodvonk, difterie, kinkhoest en mazelen bvb. waren reeds met 90% teruggelopen vóór de invoering van antibiotica en vaccinaties (cfr. Mass Immunisation - A point in question p. 28, T. Gunn).
Microben vinden hun gading wanneer iemand een verminderde weerstand heeft. Dat heeft te maken met veranderingen in hun celomgeving door toxines, povere voeding en scheikundige veranderingen door mentale en emotionele stress. Op dat ogenblik zijn bacteriën van buiten af in staat ons te besmetten en zich te vermenigvuldigen, en daardoor voor verwikkelingen te zorgen. Nochtans zijn deze bacteriën niet de oorzaak van de oorspronkelijke ziektetoestand.

De bijdrage van vaccinaties
De bijdrage die vaccins geleverd hebben tot de afname in het voorkomen en de ernst van infectieziekten zou dus wel eens heel klein kunnen zijn, zo niet onbestaande. Ondanks het feit dat we geen weet hebben van de efficiëntie van vaccins worden ze nog steeds gepromoot als zouden ze voor het overgrote deel verantwoordelijk zijn voor de vermindering van infectieziekten. Een recent artikel gepubliceerd in The Lancet van december 1993 meldt dat het voorkomen van het RSV-virus verantwoordelijk is voor het overlijden van ouderlingen dat tevoren aan griep was toegeschreven. Dr. D.M. Fleming, hoofd van de Britse onderzoekseenheid, zegt dat het daarom onmogelijk is enige nuttige analyse te maken van de werkzaamheid van griepvaccins. Ontelbare mensen krijgen nog steeds dit griepvaccin terwijl niemand weet of het werkzaam is of niet.
Vaccinatievoorstanders gebruiken meestal het aantal gemelde gevallen van een ziekte als een manier om de werkzaamheid van een vaccin in een bepaalde gemeenschap te beoordelen. Terwijl uiteraard het aantal ziektegevallen kan afnemen - en dit ook doet - ten gevolge van verbeteringen in de levensomstandigheden. Het is ook waar dat een bepaald soort ziektemeldingen kan dalen door een verslechtering van de gezondheidstoestand, zodat die ziekten later in het leven optreden of zelfs helemaal niet, maar vervangen worden door andere, ernstigere aandoeningen. Het aantal gevallen van een ziekte, de meest gebruikte methode voor het propageren van vaccinaties, vertelt ons bijgevolg niets over de globale gezondheidstoestand van een persoon. We weten niet of hun gezondheid verbetert of dat ze juist gevoeliger worden voor ernstigere aandoeningen.
Vaccinaties bij kinderen
De gewone kinderziekten vertegenwoordigen een ander verloop, en toch worden zij wat vaccinatie betreft op precies dezelfde manier behandeld als andere ziekten. De kinderziekten komen vaak overeen met een bepaalde fase in de lichamelijke of mentale ontwikkeling van het kind en worden noodzakelijk geacht voor de rijping van het immuunsysteem. Mazelen, bof en rodehond worden steeds weer gemeld bij gevaccineerde schoolkinderen wanneer ze ouder geworden zijn. Deze ziekten, in de grond goedaardige, beperkte aandoeningen op kinderleeftijd, worden door het gebruik van vaccins omgevormd tot ernstigere aandoeningen van de adolescent en de volwassene, met verwikkelingen zoals leverafwijkingen, longontsteking en gewrichtsontsteking (p. 22 Mass Immunisation op cit).
Het risico op nevenwerkingen bij het doormaken van ziekten is vaak het argument dat gebruikt wordt om vaccinaties te rechtvaardigen. Die statistieken zijn er om ons bang te maken, vanuit de logica dat iedereen ernstig ziek kan worden door deze aandoeningen en we ons dus allemaal moeten laten inenten. Ernstige aandoeningen zijn echter geen statistische waarschijnlijkheden, maar het resultaat van een zekere combinatie van factoren die in vele gevallen te voorkomen zijn.
Het risico op hersenontsteking is bvb. het hoofdargument dat gebruikt wordt om het mazelenvaccin toe te dienen. Maar er zijn bepaalde risicofactoren die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van hersenontsteking en overlijden ten gevolge van mazelen, zoals ernstige letsels aan het hoofd, intieme blootstelling aan bepaalde dieren, slechte voeding en de gebrekkige behandeling van verwikkelingen (p. 17 Mass Immunisation op cit).
Het echte risico op ernstige verwikkelingen voortvloeiend uit het oplopen van mazelen bij een gemiddeld kind is wellicht extreem klein, en zonder de nodige bijkomende risicofactoren lopen de meeste kinderen wellicht helemaal geen gevaar. Bovendien kan het mazelenvaccin zelf hersenontsteking en dood veroorzaken (het mazelenvirus werd reeds geïsoleerd uit het ruggenmergvocht van slachtoffers, wat bewijst dat het vaccin verantwoordelijk was voor de hersenontsteking.
Medische behandeling zelf kan het risico op ziekte en de bijbehorende verwikkelingen doen toenemen. De heelkundige verwijdering van amandelen was vroeger een doodgewone medische aanpak, tot men later kon aantonen dat dit schadelijke gevolgen had voor de algemene gezondheid, en de gevoeligheid verhoogde voor andere ziekten, zoals polio (Vaccination, The Medical Assault on the Immune System, Viera Scheibner).
De wijdverspreide gewoonte om onderdrukkende medicatie toe te dienen aan kinderen, zoals calpol, aspirine enz., kan later wellicht een belangrijke factor blijken te zijn bij het ontstaan van problemen in verband met kinderziekten. Die medicatie wordt gebruikt om koorts te onderdrukken, de lichaamsreactie waarvan precies aangetoond is dat ze essentieel is om bepaalde ziekten te bestrijden (New Scientist op cit).
Vaccinaties zelf zijn verantwoordelijk voor problemen, sommige goedaardig zoals keelpijn, hoofdpijn, koorts of uitslag, maar ook ernstige zoals artritis, verlamming, hersenschade en dood. Ze stellen ook vele mensen bloot aan andere ziekten. Van het kinkhoestvaccin en het difterievaccin bvb. is bekend dat ze paralytische polio kunnen uitlokken, en het mazelenvaccin kan meningitis veroorzaken. Daarvoor zijn dan weer nieuwe vaccins ontwikkeld. Het is merkwaardig dat deze ziekten, waarschijnlijk voor een groot deel het gevolg van vaccinatie en onderdrukkende therapie, nu evenzeer gevreesd worden en men de mensen aanzet zich ertegen te laten vaccineren.
Op geen enkel moment rekenen de vaccins af met de vraag waarom deze ziekten ontstaan zijn, en ze verkleinen de kans op ziekte dus helemaal niet. In feite brengt de vaccinatie een aanzienlijk hoeveelheid giftig materiaal rechtstreeks in ons lichaam, voorbij onze natuurlijke verdedigingslinies, in de hoop de aanmaak van antistoffen te stimuleren. Nochtans is de afwezigheid van antistoffen of de onmogelijkheid ze te produceren geen reden om een ziekte door te maken, en dus maakt de toename van antistoffen ons ook niet noodzakelijk minder gevoelig voor ziekten.
Vaccinaties waren - en zijn nog steeds - gebaseerd op een zeer simplistische opvatting over immuniteit. Het aanmaken van antistoffen is slechts een klein deeltje van een enorm complex geheel van afweerreacties. Historisch gezien was het de gemakkelijkste manier om een soort afweerreactie te ontdekken, maar het is niet noodzakelijk een graadmeter voor een gezonde afweerreactie. De antistofvorming is in werkelijkheid de laatste stap in een lange reeks afweerreacties. Deze reactie kunstmatig uitlokken door vaccinatie put de reserves van het lichaam uit en verhoogt zo de vatbaarheid voor ziekte. Dat is de reden waarom zoveel gevaccineerden de ziekte krijgen waartegen ze ingeënt zijn. Immuniteit kan op zeer afdoende wijze verworven worden zonder antistoffen te produceren.
Afwijkingen immuniteit
Afwijkingen van het afweersysteem zitten in de lift: astma, gewrichtsontsteking, leukemie, multiple sclerose, lupus en AIDS. Meer en meer kinderen lijden onder ernstige nevenwerkingen of sterven aan ziekten die vroeger zeer zeldzaam waren, zoals polio, hersenontsteking, of Hib hersenvliesontsteking.
De problemen die samenhangen met vaccinatie zijn het directe gevolg van een zeer enge kijk op gezondheid en immuniteit, samen met een even enge analyse van de resultaten. Vaccinproducenten staren zich blind op de veronderstelling dat de productie van antistoffen tegen veronderstelde ziekteverwekkers gelijk gesteld kan worden met immuniteit, en dat het dalen van ziektegevallen een bewijs is voor de werkzaamheid ervan. De andere invloeden van vaccins op de gezondheid hebben ze over het hoofd gezien, evenals de andere factoren die verantwoordelijk zijn voor de natuurlijke afname van ziekten.
Het vereenvoudigen van de lichaamsprocessen is een hulp geweest om bepaalde dingen beter te begrijpen. Maar elke evaluatie van een behandeling die op zulke vereenvoudigde modellen over onze lichaamsfuncties gebaseerd is, zal moeten teruggrijpen naar de vraag hoe dit alles verband houdt met de geest en het lichaam van het gehele individu. Wanneer we dit doen worden we ons bewust van de gebreken en de gevaren van vaccinaties.

Om Dr. Gaublomme te citeren uit 'The International Vaccination Newsletter' van juni 1993: 'We moeten eerst en vooral bepaalde ziekten vermijden (polio, kinkhoest of tuberculose)… door een aantasting van het immuunsysteem te vermijden, bvb. door misbruik van antibiotica, cortisone en vaccinaties … en we moeten het afweervermogen van de patiënt herstellen …'
De keuze die zich stelt, is er niet één van een ingewikkelde berekening van risico's. Het versterken van de gezondheid op een natuurlijke wijze met dieet, hygiëne en therapeutische ondersteuning heeft reeds zijn voordeel bewezen boven de keuze om angst te zaaien voor ziekten, hun verwikkelingen, het gebruik van vaccins en onderdrukkende medicatie.
De invloed van schadelijke bacteriën op het lichaam is het gevolg van een ziektetoestand, niet de oorzaak ervan. Het bevorderen van de gezondheid zou dan ook onze eerste bekommernis moeten zijn. Dit kunnen we bereiken door de voedingswaarde van ons dieet te verbeteren, de opname van gifstoffen uit onze omgeving te beperken, ons lichamelijk functioneren en onze psychologische stabiliteit te bevorderen door aangepaste oefening en door een behandeling die onze energie stimuleert en vrij maakt, zoals acupunctuur, homeopathie, natuurgeneeskunde en osteopathie.
Ik heb het gevoel dat de maatregelen die nodig zijn om de echte mogelijkheden van onze gezondheid te ontplooien reeds beschikbaar zijn voor ieder van ons, onafgezien van de bereikbaarheid van alternatieve geneeswijzen of de beperkingen van ons vervuild milieu.
Door het wezen van onze lichaamsreacties en de effecten van onze levensstijl te begrijpen, kunnen we ons veilig voelen en vol vertrouwen in onze mogelijkheden om gezond te blijven.


Alternatieve behandelingen zijn gericht op het stimuleren van de lichaamsreacties, om het effectief opwerpen van de slijmen te vergemakkelijken (in het geval van astma) en het individu te versterken zodat deze op de eerste plaats minder gevoelig wordt voor het produceren van slijmen.

De theorieën die tot de ontwikkeling van vaccinaties geleid hebben, zijn
gebaseerd op een simplistische en enge visie op gezondheid en ziekte.


Vele infectieziekten zijn het directe gevolg van slechte levensomstandigheden, dieet, sanitaire voorzieningen, gifstoffen enz.

Het is onmogelijk enige nuttige analyse te maken van de werkzaamheid van griepvaccins.

Het risico op nevenwerkingen bij het doormaken van ziekten is vaak het argument dat gebruikt wordt om vaccinaties te rechtvaardigen.

Medische behandeling zelf kan het risico op ziekte en de bijbehorende verwikkelingen doen toenemen.

Op geen enkel moment rekenen de vaccins af met de vraag waarom deze ziekten ontstaan zijn, en ze verkleinen de kans op ziekte dus helemaal niet.

Het aanmaken van antistoffen is slechts een klein deeltje van een enorm complex geheel van afweerreacties.

Het versterken van de gezondheid op een natuurlijke wijze met dieet, hygiëne en therapeutische ondersteuning heeft reeds zijn voordeel bewezen boven de keuze om angst te zaaien voor ziekten, hun verwikkelingen, het gebruik van vaccins en onderdrukkende medicatie.

roos